|
Mijn naam is Alida Arina Faber-Hoving.
Ik ben geboren in Groningen in 1960 als oudste dochter in een gezin met vijf kinderen. Ik heb twee oudere broers en twee jongere zussen. Mijn vader was boer op een gemengd bedrijf in Overschild.
Na mijn VWO opleiding ben ik 11 ½ jaar werkzaam geweest bij de gemeente Slochteren voornamelijk op de terreinen onderwijs en culturele zaken. In 1987 trouwde ik met Ate Faber en ging in Lutjegast wonen. Na de geboorte van onze zoon in 1990 verruilden wij Lutjegast voor Coevorden vanwege het werk van mijn man. In 1992 kregen wij daar onze dochter. In 1994 moest er weer worden verhuisd. Varsseveld werd onze nieuwe standplaats. In die tijd ben ik een aantal jaren oppasmoeder geweest van twee kleintjes. Toen al beschreef ik de dagelijkse belevenissen met ons kroost, terwijl ook veel grappige uitspraken aan het papier werden toevertrouwd.
Toen mijn man in 1998 van werkgever veranderde deed zich de mogelijkheid voor terug te keren naar Groningen. Die mogelijkheid hebben wij met beide handen aangegrepen.
Hier voelden wij ons thuis, midden in de weilanden, tussen de koeien en de schapen.
We konden de zon weer zien opkomen en ondergaan in de meest prachtige avondluchten.
Niet lang daarna kwam er een tijd van afscheid nemen, van mijn ouders en daarmee ook van ons ouderlijk huis.
Hun gemis was voor mij een reden om te gaan schrijven. Zie het als een soort van verwerking. Er kwam een boek over het leven van mijn moeder geplaatst in de tijd waarin zij leefde. Een boek over mijn vaders familie, verteld rond het leven van mijn opa volgde. Beide boeken waren alleen voor de naaste familie bestemd als blijvende herinnering. |
Het waren onze kinderen, die met het idee kwamen om de korte verhalen en grappige uitspraken waarin zij de hoofdrol speelden ook te verwerken tot een boek.
Nadat ik het geschrevene nog eens weer had doorgelezen, hier en daar bewerkt en gerangschikt vond ik dat een leuk idee. Mijn kinderen gaven hun toestemming, zij het niet voor alle verhalen (die staan er dan ook niet in).
Het boekje kwam er (in een kleine oplage). Het kreeg de titel “Boekemannetje & Co”. (“Boekemannetje” was de koosnaam die onze zoon van zijn opa Faber kreeg; & Co is, hoe kan het anders, zijn zusje).
Het schrijven laat mij nog niet los. Het speuren naar achtergrondinformatie, het vinden van telkens weer een klein puzzelstukje uit het verleden om het beeld compleet te krijgen kan verslavend werken. Het vinden van antwoorden op vragen, die eenmaal gevonden informatie oproepen, geeft nieuwe inspiratie en energie. Vervolgens de bruikbare en interessante informatie verwerken tot een logisch verhaal is weer een nieuwe uitdaging. Ik kan het nog niet laten er een puur objectief en daardoor afstandelijk verhaal van te maken. Hier en daar moeten de eigen ervaringen en anekdotes worden verteld. Ze horen er nog bij, al vormen ze niet meer de rode lijn, zoals in mijn familieboeken. |